HET ONTWIKKELINGSPROFIEL VAN MANAGEMENT CAPACITEITEN.

Het Ontwikkelingsprofiel van Management Capaciteiten biedt een overzicht van positieve en negatieve voor leiderschap relevante wijzen van functioneren geordend in tien aan de ontwikkelingspsychologie ontleende niveaus van persoonlijkheidsontwikkeling (Tabel 1).
De hiervoor noodzakelijke informatie wordt verkregen met behulp van een vragenlijst. Deze vragenlijst wordt zowel ingevuld door degene op wie het onderzoek betrekking heeft (verder aangeduid als cliënt of betrokkene), als door vijf tot tien door hem of haar aangezochte medewerkers of collega’s (verder aangeduid als referenten).

De vragenlijst bestaat uit 130 uitspraken zoals: 'Staat open voor de mening van anderen.', of 'Reageert impulsief.', waarbij aangegeven moet worden of deze het gedrag van betrokkene helemaal niet (0), in beperkte mate (1), duidelijk (2) of zeer duidelijk (3) kenmerken. Ook kan worden aangegeven als een vraag niet van toepassing is, of als deze om een andere reden niet beantwoord kan worden.

De vertrouwelijkheid van de antwoorden van de referenten is gewaarborgd doordat zij de vragenlijst anoniem op een website invullen en doordat alleen over het gemiddelde van hun scores wordt gerapporteerd.
Betrokkenen geven aan aan wie en hoe (email/post) gerapporteerd zal worden.

De vragenlijst genereert drie soorten informatie: Ten eerste de eigen visie van betrokkene op zijn/haar functioneren als leidinggevende. Ten tweede het gemiddelde van de visies van medewerkers of collega's. En ten derde, gegevens van een referentiegroep van leidinggevenden met een gelijksoortige functie. In de rapportage wordt tevens ingegaan op gestelde vragen en worden eventuele andere aandachtspunten gesignaleerd.

Tabel 1.
ONTWIKKELINGSNIVEAUS
POTENTIEEL ADAPTIEF
9.Rijpheid - de eigen meningen of behoeften overstijgende activiteiten - oa. duurzaam ondernemen, dienend leiding geven, anticiperen op structurele veranderingen.
8.Generativiteit - zorg voor anderen - o.a. klantgerichtheid, medewerkergerichtheid, (human resource mamagement), expliciet kwaliteitsbeleid.
7.Verbondenheid – deel zijn van een groter geheel - oa. delegeren van bevoegdheden, medeverantwoordelijkheid, empathie, persoonlijke en wederkerige relaties.
6.Individuatie – doelstellingen verwezenlijken - o.a. output gerichtheid, eerlijkheid en betrouwbaarheid, standvastigheid en flexibiliteit , reflectie op het eigen functioneren.
POTENTIEEL DISADAPTIEF
5. Rivaliteit – behoefte je ‘potenties’ te bewijzen - door o.a. status symbolen, grootse projecten, anderen overtreffen, hyperseksueel gedrag, evt. in combinatie met faalangst.
4. Verzet – moeite met autonomie - o.a. autoritair gedrag , gebrek aan weerbaarheid, machtsstrijd, sturen op controle, koppig verzet.
3. Symbiose - problemen met zelfstandigheid - o.a. moeite met alleen beslissingen te nemen, overmatige behoefte aan waardering, te snel opgeven.
2. Egocentriciteit – onvoldoende respect voor de belangen van anderen - o.a. bedrijfsbelang ondergeschikt aan het eigen belang, gebruikmakende relaties,niet serieus nemen van kritiek.
1. Fragmentatie - problemen met het hanteren van tegenstrijdigheden - o.a. zwart/wit oordelen, alles wat er mis gaat aan anderen toeschrijven, wisselvalligheid.
0. Structuurloosheid – problemen met het aansturen van het eigen gedrag - o.a. impulsief gedrag , irreëel wantrouwen, loochenen van ongewenste feiten.


September 2009 R.E.Abraham